G.J.Jansen, 2025
Binnen de psychologie en psychotherapie wordt het brein vaak benaderd als het primaire aangrijpingspunt voor stemming, motivatie en gedrag. De darm-brein-as laat zien dat deze benadering onvolledig is. Het centrale zenuwstelsel functioneert niet geïsoleerd, maar staat continu in verbinding met de darm via neurale, hormonale, immunologische en metabole routes.
Deze wederzijdse communicatie heeft directe consequenties voor processen die voor behandelaren dagelijks relevant zijn.
De rol van de darm in neurotransmitterregulatie
Een belangrijk misverstand is dat neurotransmitters uitsluitend “in het hoofd” worden aangemaakt. Neem serotonine. Ongeveer 90–95% van de serotonineproductie vindt plaats in de darm, grotendeels onder invloed van darmbacteriën. Hoewel deze perifere serotonine de bloed-hersenbarrière niet rechtstreeks passeert, beïnvloedt zij via de nervus vagus, immuun-routes en tryptofaanbeschikbaarheid wél de centrale serotonerge balans. Veranderingen in darmfunctie of microbioom-samenstelling kunnen daardoor indirect stemming, angstniveau en stressgevoeligheid moduleren.
Ook dopamine past in dit kader. Dopamine is essentieel voor motivatie, beloning en doelgericht gedrag, maar is biochemisch afhankelijk van aminozuren zoals tyrosine en fenylalanine die in allerlei voedingsmiddelen voorkomen (ja, ook in chocolade!) De beschikbaarheid en metabolisering van deze aminozuren worden mede bepaald door de darm en haar microbiële bewoners. Daarnaast beïnvloeden ontstekingssignalen vanuit de darm de dopaminerge circuits in het brein, met mogelijke effecten op anhedonie, mentale vermoeidheid en concentratie.
Interactie tussen darmmicrobioom, medicatie en behandeling
Deze mechanismen maken inzichtelijk waarom orale medicatie effect kan hebben op psychisch functioneren. Psychofarmaca worden deels gemetaboliseerd door het darmmicrobioom, wat invloed kan hebben op werkzaamheid en bijwerkingen. Omgekeerd kunnen antidepressiva en antipsychotica de samenstelling en functie van het microbioom veranderen, soms met metabole of gastro-intestinale consequenties. Het effect van een middel is dus niet alleen een kwestie van receptorbinding in het brein, maar ook van interactie met het darm-ecosysteem.
Vanuit dezelfde logica is het begrijpelijk dat voedingsinterventies klinisch relevant kunnen zijn. Dieet beïnvloedt niet alleen energiebalans, maar ook ontstekingsactiviteit, stressrespons en de productie van neuroactieve metabolieten. In de praktijk worden voedingsaanpassingen daarom steeds vaker ingezet als onderdeel van leefstijlinterventies en bij medicijnafbouw. Tijdens afbouw is het zenuwstelsel vaak gevoeliger voor schommelingen; ondersteuning via voeding kan bijdragen aan meer fysiologische stabiliteit en minder ontregeling.
Voor psychotherapeuten en psychologen betekent dit geen vervanging van bestaande modellen, maar een belangrijke verbreding ervan. Psychische klachten ontstaan en worden onderhouden binnen een lichaam dat actief meedoet. De darm-brein-as biedt een biologisch kader dat verklaart waarom combinaties van psychotherapie, medicatie en leefstijl vaak effectiever zijn dan één enkele interventie.
Interesse of vragen?
Experts van NL-Lab staan voor u klaar om bovenstaande verder toe te lichten middels video-consultatie(s) of training on the job programma’s. Voor meer informatie neem contact op met info@nl-lab.nl




